Paasvuren maken deel uit van een oeroude traditie, die in het noorden en oosten van Nederland behoort tot het levend erfgoed. Er zijn al beschrijvingen van dergelijke traditionele 'jaarvuren' bekend uit Romeinse tijden. In alle gevallen kunnen deze vuren in verband gebracht worden met het verlangen van de plaatselijke bevolking naar licht, warmte en vruchtbaarheid. Een paasvuur is oorspronkelijk een lentevuur om vreugde te tonen over de terugkeer van de zon. Paasvuren hebben zich in Europa tot op heden kunnen handhaven in een gebied dat zich uitstrekt van Denemarken tot in Oostenrijk en vanuit het noorden en oosten van Nederland tot achter de Harz in Duitsland. Afhankelijk van de plaatselijke traditie worden paasvuren tegen het donker in de avond van één van de paasdagen ontstoken. In Drenthe is 2e paasdag hiervoor algemeen gebruikelijk. Het paasvuur heeft tegenwoordig vooral een gezellig en sociaal karakter, waarbij het hele dorp samen komt kijken naar het vuur.